Ruim 40 jaar geleden werd mij gevraagd of ik wilde deelnemen aan een vakantieweek, georganiseerd door de afdeling Zeeland van de Nederlandse Blindenbond. Zo’n week had ik nog niet eerder meegemaak en dat leek me best leuk.

Er waren niet alleen mensen uit Zeeland, maar uit diverse provincies. Wij waren met vijf personen uit Zuid-Limburg.

De plaats waar we allemaal zouden samenkomen was station Vlissingen.

Onze reisbegeleider was de heer Pieters, die hyper nerveus was, want een groep blinde en slechtziende reizigers had hij nog nooit onder zijn hoede gehad, dus was dat een grote uitdaging voor hem.

Er stonden al veel bussen bij het station, maar onze bus was er nog niet.

Toen onze bus eindelijk arriveerde hield hij ons tegen vanwege de drukte. Toen wij toch wilden instappen had hij het niet meer, en riep zeer luid, zodat iedereen het goed kon horen: “eerst de gewone mensen en dan jullie’ !

De hilariteit in de groep was groot en er barstte een hard gelach los, dat tot in de bus voortduurde. Op de vragen: wat zijn we dan wel, en tot welk soort horen we dan? moesten wij het antwoord schuldig blijven. Uiteindelijk besloten we dit onderwerp te laten rusten tot de laatste vakantiedag.

In Aerdenburg, (ons vakantieadres) werden we hartelijk ontvangen, en werd ons verteld wat er die week zoal te doen zou zijn.

En het werd inderdaad een geweldige week met een gevarieerd programma.

Aan het einde van de week kwamen de vragen weer naar boven, maar ondanks al het gebrainstorm kwam daar geen antwoord op. De heer Pieters had zijn zienswijze over blinde en slechtziende mensen wel wat bijgesteld, maar deed er wijselijk het zwijgen toe.

Dus beste lezers, weet u misschien op deze vragen het antwoord? Ik blijf er nieuwsgierig naar.

Dus: wie het weet mag het zeggen.

Mieke Bosch