Peter Vrehen: ‘’Toegankelijkheid is een recht voor iedereen”

Peter Vrehen is een bekend gezicht in Maastricht. Hij zet zich al jaren in voor mensen met een beperking. Peter werd geboren een bot-spiersymptoom genaamd AMC. Hierdoor kan hij zijn benen, armen en heup niet bewegen en zit hij in een rolstoel. Ondanks zijn beperking is Peter zeer actief. Zo is hij momenteel voorzitter van Stichting Samen Onbeperkt en Gehandicapten Organisatie Meerssen. Tevens is hij bestuurslid van Stichting Twiede Hands Twiede Kans (een arbeidsproject voor jongeren en kringloopwinkel) en Stichting Nieuwe Richting (organiseren activiteiten voor jongeren). Ook maakt hij deel uit van de fractie van de Maastrichtse Volkspartij in de gemeenteraad van Maastricht.

Peter vindt het erg belangrijk dat het VN-verdrag voor mensen met een beperking in Nederland wordt doorgevoerd. “Mensen met een beperking moeten meer rechten en stevigheid krijgen om hun leven te kunnen leiden. Het is belangrijk dat Nederland het verdrag ondertekent en zich daarmee verbindt aan wat er in het verdrag is bepaald. Toegankelijkheid is een recht voor iedereen, iedereen moet zich vrij kunnen bewegen. Als dit niet goed geregeld is, dan kom je ook nergens. In het VN-verdrag is dit allemaal goed geregeld en als dit wordt doorgevoerd zullen mensen hier hun rechten op kunnen verhalen.”

Maastricht loopt hierin voorop. De gemeente vindt het belangrijk om al aan de slag te gaan met het VN-verdrag, nog voordat het in Den Haag ondertekend is. De actieve belangenbehartigers in Maastricht spelen hierin een belangrijke rol, aldus Peter. “Eerst was er het Platform Gehandicaptenbeleid en Kompas, en nu Samen Onbeperkt. We zijn al geruime tijd actief als belangenbehartigers. Ik denk dat wij er debet aan zijn dat dit hoog op de agenda van de gemeente staat. Onze inzet de afgelopen 30 jaar heeft zeker zijn vruchten afgeworpen.”

Vechten om in de maatschappij geaccepteerd te worden is iets waar Peter ook zelf tegenaan loopt. “Er wordt toch weinig rekening met je gehouden als je een beperking hebt. Kijk naar de toegankelijkheid bij festiviteiten, het krijgen van werk en zorgvoorzieningen. Daarbij loop je altijd tegen een hoop vervelende zaken aan. Ik denk dat het daarom heel belangrijk is om te blijven knokken voor gelijkwaardigheid.”

In zijn dagelijks leven loopt Peter ook vaak tegen dingen aan die beter geregeld kunnen worden. “Ik heb bijvoorbeeld een eigen bus moeten aanschaffen omdat ik niet met het openbaar vervoer kan gaan. We hebben ons een hele tijd ingezet om dit toch te verwezenlijken. Samen met de gemeente is er een hoop geld geïnvesteerd. Toen puntje bij paaltje kwam, kon het allemaal toch niet doorgaan vanwege verzekeringstechnische en juridische problemen. Mensen in een elektrische rolstoel bleken niet verzekerd te zijn om met de bus mee te rijden. Vervoer op maat wordt ook steeds slechter en minder. Je moet het uren van tevoren regelen om even weg te kunnen gaan. En dan kom je ook nog vaak te laat op je afspraak. Het is gewoon allemaal erg ingewikkeld en bureaucratisch. Je hebt bijna geen zin meer om de deur uit te gaan. Met de komst van het VN-verdrag wordt het oplossen van deze problemen hopelijk makkelijker.”

Een ander belangrijk thema is bejegening. Iets wat ook vaak terug zal komen in de vragenlijsten. Peter geeft aan dat het erg belangrijk is dat er aandacht wordt besteed aan hoe er wordt omgegaan met mensen met een beperking. “De buurt en de samenleving zijn momenteel weinig betrokken bij het helpen van mensen met een beperking, dit zie je ook nauwelijks terug komen in het WMO-beleid. We hebben een samenleving gecreëerd waarin het individu centraal staat, waarin men geen tijd meer heeft om de zieke buurman te ontlasten. Dat is iets waar ik gemeentes nu veel mee zie worstelen, hoe kunnen we meer die saamhorigheid realiseren? Het is een lastig vraagstuk, waar ik zelf ook niet zo snel een antwoord op weet. Je kunt het op kleine schaal stimuleren door het organiseren van beeldvormingsactiviteiten. Maar een hele samenleving aan het denken zetten, dat is een heel moeilijke taak.”

Hierin ligt volgens Peter niet alleen een taak voor mensen zonder een beperking. “Ik heb er wel eens over gedacht om een soort discussiegroep op te zetten, waarbij mensen ook eerlijk kunnen aangeven waar ze zich aan storen bij mensen met een handicap en vice versa. Daar kunnen we allemaal iets van leren. We kunnen samen uitgangspunten formuleren en daar acties opzetten. Het moet van twee kanten komen.”